
Nuon warmtewisselaar





De meeste elektriciteitscentrales wekken energie op door water in een ketel te verwarmen totdat er stoom ontstaat.
Via een buizenstelsel wordt de stoom naar de stoomturbine geleid, waardoor deze gaat draaien. Een generator die aan de stoomturbine is gekoppeld gaat vervolgens ook draaien en zo wordt er elektriciteit opgewekt. Bij het verlaten van de turbine moet de stoom afgekoeld worden. Hiervoor gebruikt NUON in Amsterdam water uit het Noordzee kanaal.
In het water leven allerlei organismen, bijvoorbeeld mosselzaad. Het water uit het kanaal wordt in de elektriciteitscentrale verwarmd en de zaadjes in de leidingen, pompen en andere appendages, groeien uit tot volwassen mossels. Deze volwassen mossels belemmeren de doorvoer van het water . Leerlingen van o.a. het ROC van Amsterdam zorgen ervoor dat de leidingen worden schoongehouden.
Op de foto’s wordt er een warmtewisselaar gedemonteerd. In zo’n warmtewisselaar condenseert de stoom tot water, waarna het water opnieuw gebruikt kan worden. Ook is te zien hoe funest water kan zijn voor het inwendige van een centrifugaalpomp.